Let op: Om de gebruikerservaring op deze site te verbeteren gebruiken we cookies. Lees onze disclaimer voor mee informatie. Ik ga akkoord

Energietip #17: Wat doe je met overtollig regenwater in de tuin?

Tags: .

Energietip #17: Wat doe je met overtollig regenwater in de tuin?

Onze tuinen spelen steeds vaker de rol van rust- en welzijnsoord. Daardoor zijn ze bijna ‘waterdicht’ geworden. Hoe laat je het regenwater toch vlot wegvloeien zonder je hele tuin om te woelen? De gids ‘Compleet wonen’ vermeldt enkele praktische tips en technieken.

Hoeveel regenwater moet je tuin verwerken?

In België valt jaarlijks gemiddeld 800 mm neerslag. Omgerekend is dat 800 liter water per m² per jaar.

Opgelet, in de praktijk zal je tuin iets meer water te verwerken krijgen. Dat komt door de slagregen. Het regenwater dat tegen ramen, muren en deuren slaat, komt immers terug je tuin in. Dat doet het aantal liter water dat een m² grond moet verwerken aanzienlijk stijgen.

Drempels die regenwater tegenhouden

75 jaar geleden bestond een tuin nog uit een grasperk, een moestuin en eventueel een klein terras.

Tegenwoordig vervult de tuin steeds vaker de rol van leefruimte. Denk maar aan het stijgend aantal buitenkeukens, jacuzzi’s, zwembaden, fonteintjes, vijvertjes en poolhouses. Die extra functies creëren wel een soort artificiële dammen waardoor regenwater minder goed wegloopt.

Functionele en esthetische afvoergoten

Een vaak toegepaste oplossing zijn afvoergoten. Die evacueren het overtollig water in de omgeving van harde oppervlakten zoals terrassen en tuinhuizen.

De meeste afvoergoten zijn langwerpige vuilwerende en vorstbestendige goten uit polyesterbeton, afgedekt met een verzinkt rooster. Men noemt dat lijnafwatering.

Een ander type afvoergoot is de inox sleufgoot zonder rooster. Het voordeel van de sleufgoot is dat je die ongezien en discreet in de rest van de architectuur en omgeving kan verwerken.

Daarnaast kan je ook kiezen voor afvoergoten met roosters in de kleur van je tuinhuis, zwembad of terras of van het buitenschrijnwerk van je huis. De esthetische mogelijkheden zijn tegenwoordig eindeloos.

Afvoergoten zijn gemakkelijk te onderhouden. Het is voldoende om ze eenmaal per jaar proper te spuiten met de tuinslang of met een hogedrukreiniger. Je kan je afvoergoten ook uitrusten met toebehoren zoals een bladvanger die ondergrondse verstoppingen vermijdt.

Vloerafvoerputten

De meest bekende vloerafvoerput is de klokput. Die ligt meestal onder het buitenkraantje (om het terras schoon te maken en emmers water te vullen). In tegenstelling tot de lijnafwatering (bij afvoergoten) spreken we hier over puntafwatering.

Bij puntafwatering zijn er heel wat mogelijke roosters:

  • Een klassiek sleufpatroon.
  • Een modieuze versie met lengtestaven.
  • Een betegelbaar deksel met een fijne omlopende sleuf.
  • Enz.

Een vloerafvoerput is uitgerust met een uitneembaar geurslot dat vervelende geurtjes uit de riolering tegenhoudt.

Noodoverloop

In sommige regio’s in België raakt het bekken snel verzadigd, vooral tijdens periodes met veel neerslag. In dat geval voorzie je het best een noodoverloop.

Dat kan een zelf gegraven geultje zijn ergens tussen de planten of een extra overloop naar de riolering. Het is belangrijk dat de capaciteit van je infiltratiesysteem in verhouding staat met het aantal vierkante meter grond.

Let wel op dat dergelijke overlopen gevaar kunnen opleveren voor spelende kinderen!

Waar vloeit het regenwater naartoe?

Wanneer je regenwater afvoert, moet dat water natuurlijk ergens naartoe kunnen. In de praktijk zijn de meeste afvoergoten en de afvoerputten rechtstreeks aangesloten op het rioleringsnet. Daar hoef je je dus geen zorgen over te maken.

Er bestaan echter nog mogelijkheden:

  • Afvoer richting een naastgelegen stuk grond.
  • Afvoer richting een naastgelegen waterloop (beek, rivier, enz.).
  • Afvoer richting een eigen tank voor een gebruik in de tuin (sproeien, enz.).
  • Opvang van regenwater voor huishoudelijk gebruik (zie energietip 16).

Bronnen:
Gids Compleet wonen

Naar het overzicht van alle tips.